psychologie van de waarneming

Eerst en vooral: de waarneming is noodzakelijk om omringende wereld te begrijpen en er in te overleven (te beschouwen als begincriterium) In evolutionaire termen: alleen genen die breinen en zintuigen zo bouwen dat ze correcte informatie ontvangen over de omringende wereld kunnen het lichaam zo besturen dat het in die wereld in leven kan blijven.

De waarneming is niet passief. Het lijkt alsof alles op ons afkomt, maar in werkelijkheid kies je naar wat je kijkt.

Niet alle prikkels worden opgenomen (selectieve waarneming), enkel diegene die relevant zijn voor een doeltreffende besturing van het gedrag. De selectie dient ook om een bewustzijnsoverload tegen te gaan. Er komt zeer veel info op het brein af en dat maakt een selectie noodzakelijk. Deze keuze wordt gemaakt door het aandachtsmechanisme. Er zijn verschillende factoren die bepalen wat aandacht verdient:

  • prikkelsterkte
  • prikkelverandering
  • beweging
  • belangstelling

als een prikkel gedurende lange tijd onveranderd optreed: habituatie. (gebrek aan ritme resulteert in verveling)

Het waarnemingsveld

De figuur- achtergrond verhouding: we hebben de neiging een waarnemingsveld te structureren in figuren en achtergronden. Er gelden wetten voor deze structurering:

  • het omslotene wordt figuur, het omsluitende achergrond
  • de figuur lijkt zich voor de achtergrond te bevinden, achtergrond lijkt achter de figuur door te lopen
  • de grens tussen figuur en achtergrond lijkt tot figuur te behoren
  • de figuur lijkt indrukwekkender, trekt meer aandacht, wordt beter onthouden en we zijn gevoeliger aan veranderingen die aan de figuur worden toegebracht
  • eenzelfde deel van het veld kan nooit tegelijk figuur en achtergrond zijn, wel alternerend
  • als de figuur en achtergrond ten opzichte van elkaar bewegen zijn we geneigd de beweging toe te schrijven aan de figuur.

Factoren die diepte bepalen.

interposities: een voorwerp dat a.h.w. een stuk van een ander afsnijdt, wordt als dichterbij waargenomen lijnenperspectief:vijwel elk waarnemingsveld bevat perspectieflijnen die als afstandsindicatoren kunnen worden gebruikt detailgradi├źnten: dichtbij veel detail, kan als afstandsindicator worden gebruikt elevatie: als verschillende voorwerpen zich in werkelijkheid op dezelfde hoogte bevinden, dan zullen de voorwerpen die het hoogst liggen het verst verwijderd zijn.(vb.op een podium staan en een massa bekijken)

Kleur

Diepte weergeven kan ook door kleurintensiteit. Objecten die ver verwijderd zijn, zijn lichter, ijler. (een gebruikte aquareltechniek om diepte weer te geven is eerst een lichte fond leggen en daarop werken, het verst af gelegen blijft licht, transparant, en hoe dichterbij hoe donkerder) Een afgelijde hiervan: ijle zaken associeert men met trieste dingen, verloren liefdes etc (ook het beeld van spoken enz...) kleurtheorie├źn Veel interpretaties van kleuren zijn toe te schrijven aan evolutionaire factoren: - groen: vers, gezond, goed (takken in bomen zijn stevig als ze groen/bruin zijn, oude bruine/zwarte takken kunnen breken en zijn voor apen een potentiele val in de diepte) - rood: bloed, gevaar, stop

Warme kleuren als geel, rood, oranje zijn warm omdat vuur uit dezelfde kleuren bestaat, hetzelfde geld voor koude kleuren, blauw, violet, licht blauw (associatie ijs en water, ijle lucht)

Deze onderliggende en ondubbelzinnige associatie zijn de voedingsbodem voor de meer emotionele associaties. Zo zijn warme kleuren duidelijk gezellig, maar net als vuur kan het ook uit controle gaan en oplaaien. Rood wordt daarom ook geasocieerd met liefde, passie, gevaar.

de koude kleuren zijn ongezellig, kil, doods. Ze doen ons denken aan winter en koude lucht, vandaar het triestige, terug getrokkene. Aan de andere kant is fris ook, gezond, en denken we aan koele meren en rivieren, verse producten. Een factor die de kleuren een emotionele associatie kan geven is de intensiteit van de kleur.(hsb)